> VPT home > Scholing / OSAT > Over podiumtechnisch onderwijs
Over podiumtechnisch onderwijs
 
 
Hoe is het podiumtechnisch onderwijs geregeld?

Bij podiumtechnisch onderwijs moeten we onderscheid maken tussen het reguliere onderwijs (mbo, hbo) en het particuliere onderwijs.

Regulier onderwijs
Met regulier onderwijs worden twee soorten beroepsopleidingen bedoeld, namelijk de middelbare beroepsopleidingen en de hogere beroepsopleidingen. Regulier betekent dat deze opleidingen moeten voldoen aan de regels van de overheid omdat ze worden gefinancierd uit de schatkist.
De overheid verstrekt het geld op basis van input-financiering (hoeveel studenten heb je op een peildatum) of outputfinanciering (hoeveel studenten studeren daadwerkelijk af). De studenten zelf betalen een betrekkelijk laag bedrag aan schoolgeld. Wie een mbo- of hbo-opleiding volgt kan een algemeen erkend diploma behalen. Bij OSAT zijn een groot aantal reguliere onderwijsinstellingen aangesloten.

Particulier onderwijs

Naast het reguliere onderwijs kennen we ook particuliere instituten zoals IAB, SAE, Sound Seminar, Dirksen en vele andere. Deze moeten zichzelf volledig bedruipen, met als gevolg dat de studenten soms flinke bedragen moeten betalen om te kunnen deelnemen. De meeste instellingen zijn sterk gespecialiseerd. Een voordeel van particuliere opleidingen is dat ze flexibel zijn. Zij zijn niet gebonden aan overheidsregels en kunnen daardoor wat gemakkelijker de inhoud en werkvorm afstemmen op ontwikkelingen in het vak. De diploma's of certificaten genieten vaak enige bekendheid in de sector. Het IAB in Utrecht biedt als enige instelling een eenjarige opleiding Theatertechniek aan. Bij OSAT zijn op dit moment geen particuliere opleidingen aangesloten.

Hoger beroepsonderwijs
In het hoger beroepsonderwijs hebben diverse opleidingen de nodige raakvlakken met theatertechniek, maar feitelijk is er maar één hbo-opleiding die volledig gespecialiseerd is in theatertechniek, namelijk de Opleiding Theater Techniek (OTT) aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). Deze opleiding is ook aangesloten bij OSAT. Aan dezelfde AHK is ook een opleiding voor productieleiders (OPP) en voor scenografen (SCE).

Middelbaar beroepsonderwijs
Zowel Grafische Lycea als ROC's kennen mbo-opleidingen op het gebied van theatertechniek. In heel Nederland zijn er nu veertien instellingen die een opleiding Podium- en evenemententechniek aanbieden, vaak deels overlappend met de richting AV-Productie. De twee richtingen leiden op voor beroepen als theatertechnicus, AV-technicus, beeldtechnicus, cameratechnicus, muziektechnicus, decorbouwer, lichttechnicus of lichtoperator, geluidstechnicus, enzovoort. Het merendeel van deze opleidingen is aangesloten bij OSAT.

BBL en BOL
Het middelbaar beroepsonderwijs heeft twee zogeheten leerroutes die kortweg BOL en BBL heten.
• Bij de BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) begin je direct met werken en ga je een of twee dagen in de week naar school om de theorie te leren. De praktijk is minstens 60% van de studieduur.
• Bij de BOL (Beroeps Opleidende Leerweg) ga je de hele week naar school en loop je stage om praktijkervaring op te doen. Het praktijkonderdeel bevat tenminste 20% en minder dan 60% van de studieduur.

Stageplaatsen en leerbedrijf

Het vinden van voldoende stageplaatsen is niet voor alle mbo-scholen even gemakkelijk. Er zijn grote regionale verschillen, met name tussen de randstad en de rest van het land. Een van de oplossingen om een tekort aan stageplaatsen op te lossen is het leerbedrijf. Dit is een onderwijsvorm waarbij de student in ‘dienst’ is van een door de school beheerd bedrijf. Een andere oplossing is het bekorten van de stagetijd. Door dit alles kan de stagetijd bij de mbo-opleidingen variëren van een kwart tot de helft van de totale opleidingstijd.

Kwaliteit in het mbo

Het podiumtechnisch onderwijs verschilt van veel andere mbo-opleidingen. Zo is projectmatig werken in het werkveld theatertechniek een algemene standaard en dat sluit heel goed aan op de nieuwe, competentiegerichte onderwijsvorm. De docenten komen direct uit het werkveld en zijn als zij-instromer of gastdocent verbonden aan een opleiding. De exameneisen zijn door de sector zelf vastgesteld en op het werkveld toegesneden. Scholen werken samen met het werkveld bij het ontwikkelen van lesmateriaal en het maken van examens. Onafhankelijke beoordelaars uit het werkveld nemen praktijkexamens af en doen de eindbeoordeling van de examinerende (werk)stukken. De stagebegeleiding en -vorming gebeurt door werknemers uit de sector zelf. Uiteindelijk wordt de kwaliteit van de opleidingen bewaakt en beoordeeld door de onderwijsinspectie.